You are currently browsing the monthly archive for januari 2011.
Leiden, 16 januari 2011
Mijn zoektocht naar de rol van geld in vroegmoderne wetenschap voert me langs tal van bijzondere en opmerkelijke wetenswaardigheden. Onderzoek en wetenschap waren vroeger vooral een individuele aangelegenheid, gestimuleerd door de connecties van vooraanstaande hoogleraren. Hoewel de Universiteit van Leiden in 1601 al bij de Staten Generaal aandrong dat de schepen uit Azië ‘kruyden, gommen, gedierte, opwersel van de zee en diergelijcke’, voor de botanische tuin moesten meenemen, waren de bestuurders van de Universiteit niet van plan hier veel geld aan uit te geven. Zo berispten ze in 1619 de beroemde hoogleraar Otto Heurnius absoluut geen ‘instrumenten meer te kopen zonder hun voorweten’. Wel kreeg de Universiteit later nog in het bezit een ‘boomgans, een Draeck, een veer van een Vogel Phenix en de Huyt van een Meer-minne’.
Van meer belang was de omvangrijke private collectie van de Enkhuizener arts en verzamelaar Bernardus Paludanus. Hoewel hij zich meer sceptisch opstelde tegenover al dit soort spectaculaire vondsten, geloofde ook hij nog in de ‘wonderlijke’ paradijsvogel. Niet alleen was dit dier zeer gewild vanwege zijn mooie kleuren, maar het werd ook gezien als goddelijk omdat hij zijn hele leven vloog ‘sonder op d’aerde te comen: want hebben gheen voeten’. Voor de contemporaine aanschouwer in Europa had de vogel inderdaad geen voeten; lokale preparateurs verwijderden deze en soms braken ze af gedurende het transport. Het zou nog tot ver in de zeventiende eeuw duren voordat men ervan overtuigd was dat de paradijsvogel geen wonderlijke vogel was. Tegen deze tijd was het geloof in de heilige eenhoorn ook al een stille dood gestorven, toen was ontdekt dat de hoorn afkomstig bleek te zijn van een narwal. Gelukkig kunnen we nog steeds het wereldbeeld van deze periode begrijpen door het lezen van tal van verhandelingen over deze mythische dieren, zoals de hierboven afgebeelde titelpagina van een verhandeling over de paradijsvogel (zonder pootjes).
Amsterdam, 13 januari 2010
De ANWB wekt bij mij altijd de indruk een erg bedaagde organisatie te zijn. Zij keuren campings, regelen pechhulp en verkopen allerhande vakantieartikelen – en dat allemaal op een zeer degelijke manier. Nog niet zo lang geleden hebben zij echter een mijlpaal in de financiële geschiedenis gezet. Dit is niet iets wat je op het eerste gezicht van de ANWB zou verwachten, maar het is wel echt waar. Door niet langer de Internationale Reis- en Kredietbrief (IRK) aan te bieden, hebben zij het tijdperk van de wisselbrief definitief afgesloten.
De IRK werkte als volgt: voor een paar tientjes kocht je de IRK, in de vorm van officieel uitziende briefjes, bij de ANWB. Mocht je nu in het buitenland pech krijgen, dan kon je de garagehouder met die briefjes betalen – je hoefde dus geen cash op zak te hebben. De garagehouder stuurde de briefjes naar de ANWB, of een van zijn buitenlandse zusterorganisaties, en kreeg zijn geld. Bij thuiskomst lag er een rekening van de ANWB klaar die je gewoon in de eigen valuta kon voldoen. De IRK was hiermee bijna identiek aan de wisselbrief, die eeuwenlang door koopmannen als betalingsinstrument gebruikt is.
Het besluit van de ANWB vormde zo het einde van het tijdperk van de wisselbrief – een tijdperk dat rond 1260 in Genua begon. Hoeveel campinginspecteurs zouden zich daarvan bewust zijn?
Culemborg, 11 januari 2011

Sinds vandaag heeft het museum Jan van Riebeeckhuis te Culemborg een nieuwe conservator, namelijk: ik! Voor mij persoonlijk een hele eer en een leuke kans natuurlijk, maar waarom is dit ook een leuk nieuwtje voor op dit blog over geld in de Gouden Eeuw? Dit heeft alles te maken met de persoon Jan van Riebeeck.
Jan van Riebeeck werd op 21 april 1619 geboren als zoon van de Culemborgse chirurgijn Anthony Janszoon van Riebeeck en zijn vrouw Elisabeth Govertsen. Elisabeths vader Govert Anthoniszoon, notaris en later schepenburgemeester van Culemborg, bewoonde het zestiende-eeuwse pand aan de Achterstraat. Volgens sommige historici is Jan van Riebeeck daadwerkelijk in het huis van zijn grootvader geboren, omdat Anthony van Riebeeck in 1621, twee jaar na de geboorte van zijn zoon, verklaarde dat hij “dagelix in sijne huisvrou vaders huis verkeert heeft”. Hoe het ook zij, er mag in ieder geval van uitgegaan worden dat Van Riebeeck bij zijn grootvader op bezoek kwam.
Utrecht, 6 januari 2011
Het was even stil op ons blog omdat we allemaal weer vol aan de studie en het onderzoek waren, maar we hebben niet helemaal stilgezetten. We zijn nog steeds van plan het spel te maken en we hebben geld gevraagd en gekregen van De Jonge Akademie. Aanstaande maandag gaat er een subsidieaanvraag naar NWO en er is inmiddels ook contact geweest met o.a. Hans Goedkoop van de publieke omroep om te onderzoeken of ons Spel van de Gouden Eeuw onderdeel kan worden van hun historische media-activiteiten. Het Netherlands Institute for Advanced Studies wordt ook een partner van het spel en we praten nog met de Hogeschool voor de Kunsten over samenwerking. Wordt vervolgd dus….










