You are currently browsing the tag archive for the ‘archiefonderzoek’ tag.
Utrecht, 14 september 2010
Na heel veel interviews, mailtjes, felicitaties en meer dan 1000+ kilometers op en neer naar Enkhuizen, Hoorn, Amsterdam en Hilversum heb ik nu eindelijk even tijd om rustig na te kijken wat er allemaal over het oudste aandeel verschenen is. En die aandacht was niet minder dan overweldigend, zie ook enkele van de links hieronder. Filmpjes opnemen en veel interviews voor het journaal, de radio en de geschreven pers. Het waren ‘vijftien minuten’ die ik nooit meer zal vergeten.
Prachtig dat zoiets als een oudste aandeel bij zoveel mensen tot de verbeelding spreekt. Daarnaast is dit natuurlijk hele goede reclame voor historici en een duidelijk teken dat een groot publiek erg geïnteresseerd is in het verleden, en speciaal in de Gouden Eeuw. Hopelijk kunnen al deze mensen straks ook ons Spel van de Gouden Eeuw gaan spelen!
Het hele gebeuren is heel goed aangepakt door het pr-team, waarvoor nogmaals dank. Ook de presentatie in Enkhuizen en de opening van de tentoonstelling in het Westfriesmuseum (met Gerrit Zalm) verliepen vlekkeloos. De tentoonstelling, met het echte aandeel gepresenteerd in een stevige kluis, is nog tot eind november te zien in Hoorn. Hopelijk kunnen wij er met het team snel een keer langs. Dan kunnen we meteen ingaan op de hartelijke uitnodiging van de burgemeester van Enkhuizen, die ons graag wil ontvangen in zijn 17e-eeuwse werkkamer in VOC-stijl.
Enkhuizen, 9 september 2010
Vandaag was het zijn dag en was hij niet langer verplicht te zwijgen over zijn grootse vondst in het archief, Ruben Schalk presenteerde vandaag, precies 404 jaar na uitschrijving, het oudste aandeel ter wereld!
Tijdens zijn scriptie-onderzoek in het Westfries archief vond Ruben een aandeel van de VOC met de datum 9 september 1606 en kwam er achter dat dit niet alleen het oudste aandeel van de VOC ooit gevonden was, maar ook het oudste aandeel in de wereld!
Meer weten? Dat kan! Kijk naar een verslag van oudsteaandeel.nl of naar Ruben in het NOS journaal (vanaf 4 minuten). Luister naar een verslag van Radio 1 of kies voor de reportage van rtl nieuws, waar ook Joost in voorkomt.
Gent, 5 september 2010
Voor mijn postdoc-project probeer ik een beeld te krijgen van de samenstelling van het vermogen van doorsnee gezinnen en hoe dat evolueerde tussen 1500 en 1800. Ik gebruik daarvoor boedelinventarissen, documenten die werden opgesteld na het overlijden van een persoon en een volledig overzicht boden van zijn meubels, huisraad, linnen, kleren, juwelen, contant geld, vastgoed, financiële effecten, schulden en tegoeden.
Een eerste steekproef voor Antwerpen leert dat mogelijk slechts 35 procent van de bevolking voldoende bezittingen had om die te verdelen onder de erfgenamen. Zelfs binnen die 35 procent was de ongelijkheid erg groot. Een kleine groep was ontzettend rijk en verdeelde zijn vermogen over vastgoed en vooral financiële beleggingen bij diverse overheden, instellingen en particuliere personen, met een ruime geografische spreiding en uiteenlopende risico’s en rendementen. Die groep is heel boeiend om investeringsportfolio’s en de werking en de uitgestrektheid van financiële markten te analyseren. De andere groep biedt dan weer een schitterend inzicht in hoe modale gezinnen overleefden, kredieten bij elkaar kregen, investeerden en probeerden vooruit te komen in een maatschappij waarin geld een schaars goed was. Informele leningen bij vrienden en familieleden, overbruggingskredieten via pandhuizen, consumentenkrediet en uitgestelde betalingen aan leveranciers maakten budgetten tijdelijk ruimer, zelfs voor wie geen toegang had tot “de financiële markt”.
In de komende maanden hoop ik voor beide groepen algemene patronen, trends en evoluties in kaart te brengen. Tegelijkertijd wil ik nagaan of hierin verschillen bestonden tussen commerciële en industriële centra en tussen noord (Nederland) en zuid (België).
Gent, 30 augustus 2010
Onlangs ben ik een paar dagen op zwier geweest met Benjamin Guilbert. Hij werkt over “institutionele beleggers” en wil een overzicht krijgen van alle instellingen die tussen 1500 en 1800 actief waren in diverse steden in de Lage Landen. Voor de Noordelijke Nederlanden valt die zoektocht nogal mee omdat de archieven er vaak gecentraliseerd zijn in één instelling per stad, zoals bijvoorbeeld het Stadsarchief van Amsterdam of het Regionaal Archief van Leiden, en dat levert meteen een mooi overzicht. Voor de Zuidelijke Nederlanden is enige speurzin vereist om alle informatie bij elkaar te sprokkelen in stedelijke, provinciale, rijks-, OCMW-* en bisschoppelijke archieven en in tal van kleinere archieven van onder meer bisschoppelijke seminaries en nog bestaande kloostergemeenschappen. Eens de archieven zelf gevonden, dienen nog de juiste fondsen geselecteerd en vooral de juiste taal gekozen om alle wensen aan archivarissen en magazijniers kenbaar te maken. Met een vlotte mix van Nederlands, Frans en Engels en vooral een hoge dosis Parijse charme is dat Benjamin wonderwel gelukt. Het leverde hem achteraf overigens flink wat inspiratie voor Belgenmoppen, dit keer vanuit Frans perspectief – ah, les petits belges …
* OCMW = Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn: de instelling die na de Franse Revolutie het beheer van tal van kerkelijke instellingen heeft overgenomen.
Utrecht, 13 augustus 2010
Mijn periode bij de Universiteit Utrecht zit er, zowel als student als studentenassistent, bijna op. Het cijfer voor mijn scriptie is binnen en op een paar cijfers uit Londen en wat administratieve rompslomp na, ben ik afgestudeerd en klaar om de wijde wereld in te trekken. Voor mijn toekomstige bestemming hoef ik niet heel veel te reizen; in Engeland heb ik een PhD-beurs weten te bemachten die me in staat stelt om drie jaar lang onderzoek te gaan doen. Ik keer terug naar de UCL en Londen, de universiteit en stad waar ik vorig jaar al zo’n leuke tijd heb mogen beleven. Volledig emigreren doe ik echter niet. Aangezien ik onderzoek ga doen naar de katholieke adel en hun bijdrage aan het in stand houden van het katholicisme in de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek, zal ik nog geregeld langere tijd in Nederland doorbrengen en vaak in Nederlandse archieven te vinden zijn. Hartstikke leuke vooruitzichten, maar eerst maar eens een beetje vakantie vieren. Terrasje, iemand?
Utrecht, 20 augustus 2009
Akte voor akte voer ik gegevens in. Van naam tot rente percentage, van datum tot onderpand. Soms raak ik mezelf kwijt in de handelingen. Weer een Jan Janssen, weer 6 % rente, weer verbindt de debiteur zijn persoon en goederen. Namen en cijfers vallen samen.
Debiteur: Coenssen, Faes. Male. Ongehuwd. Woonplaats: Geldrop, aan de kerck.
Crediteur: Pluijm, Marijcke Wouterssen. Female. Weduwe. Woonplaats: onbekend.
Soms, als ik verdwaald ben tussen de soms eentonige handelingen van mijn werk, dan laat ik mijn gedachten even gaan. En bedenk ik me waar ik mee bezig ben, wat ik eigenlijk voor me zie. Dit zijn niet enkel woorden, cijfers, data. Dit zijn mensen. Mr. Coenssen leende geld van Mvr. Wouterssen Pluijm. Faes uit Geldrop, Faes van aan de kerck leende geld van de weduwe Marijcke. Op 30 maart 1620 verschenen ze in Den Bosch voor de schepenen en kreeg Faes, in ruil voor 6,25 % rente, 300 gulden van de weduwe mee. Waar hij het voor nodig had, waarom zij 300 gulden uitleende, of ze elkaar kenden van vroeger of elkaar bij het opstellen van deze akte voor het eerst in de ogen keken, we zullen het nooit weten. Dat vertelt de akte niet.
Het is soms best afzien hoor, dat studentassistenschap. Maar de akten lezen en bedenken dat deze mensen bijna 400 jaar geleden echt bestonden: dat maakt het werk toch bijster interessant. Wie weet wie ik in de volgende akte ontmoet?
Van Faes en Marijcke weten we alleen dat ze er beiden waren, in Den Bosch, die dertigste maart. Zou de zon hebben geschenen, die dag?
Gent, 15 juli 2009
Vorige week gingen Heleen en ik in Gent op zoek naar financiële transacties. Jammer dat ik haar het oude stadsarchief niet kon laten zien in de voormalige Berg van Barmhartigheid. Dat pandjeshuis verstrekte vanaf de zeventiende eeuw krediet tegen een rente van slechts vijftien procent, erg goedkoop in vergelijking met de ruim veertig procent die de Lombarden (Italiaanse geldschieters) tot dan toe rekenden. De leeszaal van het stadsarchief was er ondergebracht in achttiende-eeuwse salons met prachtige schoorsteenmantels, kleurrijke marmerschilderingen én met uitzicht op de binnentuin. Een heel contrast met de gesloten betonnen refter van de oude Trefil-Arbedfabriek waar we nu werken. De archieven daarentegen zijn hier wél comfortabel ondergebracht. De Zwarte Doos (kenniscentrum Gent) is geconstrueerd volgens het thermosflesprincipe: een betonnen ruimte waarrond een huls is gebouwd die de klimatisatie optimaal regelt. Als wij er ’s avonds buitenkomen vanuit een ver verleden, moeten we toch even wennen aan de kleuren en de zomerwarmte.
Een hele dag notarisprotocollen lezen is niet meteen de meest opwindende activiteit voor een zomerse woensdag, tenzij je schatten vindt zoals “de voorgelogen timmerman”. Vele registers zijn erg stoffig en soms aangetast door insecten, vocht of schimmels. Erger nog is het spijkerschrift van sommige notarissen. Het is dan ook een verademing om het erg gave protocol van de kersverse Gentse notaris Joannes Brandt open te slaan. Joannes schreef zijn eerste akte op 30 juni 1740 en deed zijn uiterste best om schoonschrift te produceren. Helemaal vooraan vind ik nog een oefenblaadje voor zijn pennenprobeersels: een Frans liefdesliedje. De ik-persoon zit regelmatig bij de dorpsmeisjes op het grasveld. Ze praten er over hun verlangen naar de huwelijksliefde, maar de chansonnière snapt daar niets van, totdat zij Bastien in het oog krijgt. Sindsdien verlangt zij meer naar één enkele bloem van hem dan naar de mooiste bloementuil die een andere jongen haar zou kunnen bieden. Een pas gevestigde notaris op de versiertoer?
Dankzij mijn werk voor Oscar en Joost zou ik willen zeggen dat de Nederlandse archieven geen geheimen meer voor mij hebben. Door de maanden heen heb ik een heus mentaal ‘Hoe overleef ik werken in een archief?’ handboek aangelegd. Toen ik mijn collega Karen laatst in moest werken in het stadsarchief van Den Bosch, besloot ik te beginnen met Tip 1, cruciaal bij het doen van archiefonderzoek. Aangezien zij nogal verrast reageerde op Tip 1, zou ik deze graag willen delen met de argeloze, onervaren archiefbezoeker. Bij deze dan: een absoluut onmisbaar stukje techniek om archiefwerk tot een succes te kunnen maken, is de mp3-speler. Het is van cruciaal belang deze gedurende het verblijf in een archief ten allen tijde bij de hand te hebben. Laat me dit even uitleggen. Een I-pod, mp3-speler, walkman of zelfs oordopjes zijn namelijk nodig om de grootste kwelling van archiefonderzoek te kunnen weerstaan: de oudere medeonderzoekers. Hoewel over het algemeen vriendelijk, hebben deze mensen één heel irritante eigenschap: ze ademen. Waarom dit zo’n probleem is? Ik spreek helaas uit ervaring wanneer ik vertel dat de oudere onderzoeker niet in staat is te ademen zonder een compleet blaasconcert te geven! Piepen, fluiten, zuchten, rochelen – het hoort er allemaal bij. Zeer storend wanneer jij je probeert te concentreren op je eigen onderzoek. De eerder genoemde mp3-speler of oordopjes zullen dit probleem echter zonder al te veel moeite verhelpen. Aldus gewapend, kunnen de eerste stappen op weg naar een succesvol onderzoek gezet worden. Heel veel succes en plezier bij het doen van archiefonderzoek!
Amsterdam, 27 juni 2009
Hoewel ons archiefonderzoek mooie resultaten oplevert voor Oscar en Joost, verlies je soms uit het oog waar je precies mee bezig bent. Hoe graag ik het beroep van historicus ook wil promoten, lange seriële bronnen zijn nu eenmaal niet altijd even spannend. Toevallig kwam ik vandaag in het Amsterdams Archief een notariële akte tegen die wel in één keer laat zien waar we in het onderzoek mee bezig zijn. In een akte (uit 1660) verklaarde een doodgewone timmerman dat hij was voorgelogen en misleid door een makelaar die gespecialiseerd was in verzekeringen. Deze makelaar had de timmerman proberen over te halen om te investeren in een scheepsverzekering, zonder dat hij de timmerman toelichtte over welk schip het precies ging. De timmerman dacht dat het over een betrouwbaar schip ging, eentje waarover hij gelezen had in de tydingen (soort nieuwsbladen). De makelaar ontkende noch bevestigde dit en de timmerman stond op het punt te tekenen voor een inleg van 500 gulden. Op het laatste moment ontdekte hij, uit een andere tyding, dat de verzekering over een heel ander schip ging. De timmerman was gelukkig zo slim om niet te tekenen. Later kwam hij er achter dat de makelaar al tevergeefs had geprobeerd om deze risicovolle belegging op de Amsterdamse beurs te slijten.










