You are currently browsing the tag archive for the ‘notaris’ tag.

Utrecht, 19 januari 2010

Eén van de centrale vragen binnen mijn onderzoek is of en zo ja hoe notarissen een rol speelden als intermediairs op de Nederlandse kapitaalmarkt. Onderzoek naar Parijs heeft laten zien dat notarissen daar erg actief waren in zo’n rol. Waar de specifieke context van Parijs resulteerde in een enorm groot aantal datapunten, vinden wij er echter veel minder. Dit zou kunnen betekenen dat men in Nederland andere manieren had om aan geld te komen. Een maatregel van burgermeesters en vroedschap van Utrecht – te vinden in het Groot placaatboek van Johan van de Water (1729) – laat zien dat daar in ieder geval al in 1669 (de ordonnantie werd in 1687 herzien) makelaars geldschieters zochten voor hun klanten. Maar wie waren die makelaars precies? Over die vraagt zegt de ordonnantie helaas niets. Heel rijk zullen de makelaars er in ieder geval niet van geworden zijn: de ordonnantie stelde namelijk ook de tarieven vast waartegen zij hun diensten mochten aanbieden. Zo is in artikel zeven bijvoorbeeld te lezen: “[…] sullen de Makelaars, van penningen die zy op deposito, voor partyen soecken, lichten, ende nemen, op obligatien, ofte plechten, genieten, te weten van capitalen bedragende ses hondert guldens, ende daar onder, van yder hondert 10 stuyvers […]”. De transactiekosten bedroegen dus 50 cent (de tien stuivers) per honderd gulden; ofwel slechts ½%. En dit percentage werd ook nog eens lager naarmate de lening groter werd. De makelaar moest het dus doen met een zeer bescheiden provisie. Met een bescheiden kapitaalmarkt als de Utrechtse zou dit wel eens kunnen betekenen dat het makelen gecombineerd werd met andere werkzaamheden. Hopelijk komen we er dit jaar precies achter hoe deze dienstverlening georganiseerd was.

Christiaan van Bochove

Utrecht, 12 september 2009

FamilieAfgelopen week ben ik terug gegaan naar het archief van Leiden om weer eens schuldbekentenissen in te voeren. Er liggen daar nog stapels op ons te wachten. In tegenstelling tot Amsterdam, achtte men het in Leiden opmerkelijk genoeg veel belangrijker om een schuldbekentenis bij een notaris vast te laten leggen. Het stikt in deze dikke notariële protocollen van de schuldbekentenissen, waarvan een groot deel zelfs voorgedrukt is. Karen gaf in haar vorige blog aan dat we niet moeten vergeten dat het echte mensen waren die daar voor de notaris verschenen. Daar moest ik aan denken toen ik een schuldbekentenis tegenkwam tussen de broers Vennekool. Het is apart dat ze dit lieten vastleggen; waarschijnlijk vertrouwden ze elkaar niet al te goed. Nog opmerkelijker was het dat de ene broer zelfs een rentepercentage van 5% vroeg. Ongeveer een procent hoger dan de gebruikelijke rente in Leiden in die tijd. Ik vraag me af wat de reden geweest zou kunnen zijn voor dit wantrouwen. Niet iedere familieband was gelukkig zo slecht. In tegenstelling tot Maximiliaan Vennekool hoefde ene Cornelis Adriaenszoon Wassenaer over het aanzienlijke bedrag van duizend gulden in dezelfde periode geen stuiver rente te betalen aan zijn schoonvader. Schuldbekentenissen geven ons zo een kijkje in familierelaties van eeuwen geleden. Wie had gedacht dat er toen zelfs aardige schoonvaders geweest zijn…

Ruben Schalk

Heintje Hoekssteeg

Amsterdam, 12 augustus 2009

Dit is aflevering 2 van de serie ‘Amsterdamse straatjes die niemand kent’: de Heintje Hoekssteeg. Ondanks de penetrante pisgeur die ook hier hangt (maar het is dan ook al een paar dagen broeierig warm en het heeft nauwelijks geregend) is dit straatje wel een bezoek waard. Links op de hoek, in het huis met de kleine ruitjes, is namelijk museum Amstelkring gevestigd, beter bekend als Ons’ Lieve Heer op Solder; een prachtig museum van een gecombineerde koopmanswoning en katholieke schuilkerk. Maar dit stukje gaat over financiële geschiedenis, niet over religieuze tolerantie in zeventiende-eeuws Amsterdam.

Ergens in de Heintje Hoekssteeg, het is niet precies bekend waar, woonde notaris Jan Fransz. Bruyningh. Deze notaris is van groot belang geweest voor de Amsterdamse handel in de vroege zeventiende eeuw – precies de periode waarin de stad haar grootste groei doormaakte. Talloze bevrachtingscontracten, wisselprotesten en aandelentransacties zijn in deze steeg op papier gezet.Cornelis Anthonisz - Vogelvluchtkaart (1544) - detail

De rode pijl linksboven op de kaart geeft de locatie van het huis ‘De schrijvende hand’ van Bruyningh aan. Amsterdam was in deze jaren nog heel klein; de grachtengordel bestond nog niet. Bruyningh woonde vlakbij het hart van de middeleeuwse stad, de Oude Kerk, en om de hoek van de Warmoesstraat, de belangrijkste straat van de stad waar veel grote kooplieden woonden. Ook de voornaamste handelsplaatsen, de Nieuwe Brug (pijl rechts) aan de haven, en de Sint Olofskapel (bij slecht weer, pijl linksonder) bevonden zich op een steenworp afstand.

Laat je bij een volgend bezoek aan de Wallen niet te erg afleiden door de schaars geklede dames, de massagesalons en de kotsende Engelse jongeren – hoewel dat allemaal best vermakelijk kan zijn, maar bedenk je dat vanuit deze straten Amsterdam aan het begin van de zeventiende eeuw uitgroeide tot het financiële centrum van de wereld.

Lodewijk Pertram

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.