You are currently browsing the tag archive for the ‘rente’ tag.
Toen ik afgelopen week in het Stadsarchief Amsterdam voor het ‘Financial markets project’ schuldakten bestudeerde die bij de Schepenbank van Amsterdam werden afgesloten, stuitte ik op een akte over de eerste succesvolle vaart op Azië door Nederlandse schepen. Op 2 april 1595 vetrokken van de rede van Texel de drie koopvaardijschepen Mauritius, Holland en Amsterdam en het kleine jacht Duyfken naar Oost-Indië. De reis verliep stroef door conflicten binnen de leiding, bestaande uit Cornelis de Houtman en Gerrit van Beuningen, en conflicten tussen de leiding en de bemanning. Ook bleek bij terugkomst in de Republiek in augustus 1597 dat er amper winst was gemaakt. Maar veel belangrijker was dat voor het eerst in de geschiedenis Nederlandse schepen Azië hadden bereikt!
In de schuldakte sluit ‘Cornelis de Houdtman, commis beneffens anderen over de vier schepen genaempt Mauritius, Hollandt, Amstelredam ende het Duijffken als nu tertijt gereet leggende omme mitten eersten bequamen windt te seijlen voorbij de Cabo de Bonne Esperanse [Kaap de Goede Hoop]‘ een lening af van 1150 gulden bij de Haarlemse koopman Dirck Meerschaert. Deze 1150 gulden werd verdeeld over de drie koopvaardijschepen om te vermijden dat het gehele kapitaal verloren zou gaan bij schipbreuk van één van de schepen. Met deze 1150 gulden wilde Cornelis de Houtman Aziatische producten verwerven om deze vervolgens met winst te verkopen in de Republiek. Meerschaert wilde natuurlijk ook zijn portie van de winst ontvangen: hij vroeg daarom een rentepercentage van 70%. Deze schuldakte, drie dagen voor de reis afgesloten, geeft een mooi beeld van de verwachte winsten in Azië en de wijze hoe individuele scheepslieden als Houtman aan de reis wilden verdienen.
Amsterdam, 14 januari 2010
De mogelijkheid om geld te lenen is een belangrijke motor voor economische groei. Maar een kerkelijk verbod op het berekenen van rente vormde hier tot het einde van de Middeleeuwen een ernstige belemmering voor. Als kredietverlener keek je wel uit om geld aan iemand te lenen: je liep wel het risico dat je het nooit meer terugzag, maar je mocht geen vergoeding voor dat risico berekenen.
Het kerkelijke verbod kwam voort uit de woorden van Mozes (Deuteronomium 23:19/20): ‘Gij zult aan uw broeder niet woekeren’. De gangbare uitleg van deze woorden was: je mag je geloofsgenoten niet uitbuiten en daarom mag je geen rente berekenen. De Reformatie bracht hier verandering in. De Bijbel werd grondig uitgeplozen en kerkgeleerden kwamen erop uit dat je volgens Leviticus 25:35 en Exodus 22:25 wel rente mag berekenen, zo lang je mensen daarmee niet in problemen brengt. Je mag je welgestelde broeder best woekeren, als je dit maar uit je hoofd laat bij je arme broeder. Deze delen van de Bijbel zijn ouder dan Deuteronomium, dus men redeneerde dat Mozes ervan uitging dat iedereen dit al wist en dat hij het onderscheid arm-rijk niet zo specifiek hoefde te maken.










